“De essentie van onze devotie tot de Onbevlekte bestaat niet uit het altijd denken aan Haar maar eerder in het willen. Zo dus stopt de ziel, die volledig bezig is met zijn plichten, niet met bezit te zijn van de Onbevlekte, en zijn gedachten, werken en woorden stoppen niet met van Haar te zijn, zelfs als de persoon op dat ogenblik niet aan Haar denkt.” (Eerste rondzendbrief voor Duitsland, 10 juni 1938).LEES VERDER

“In het werk dat de MI ons voorziet moeten wij elk legitiem middel gebruiken. In het bijzonder moeten wij de middelen gebruiken die de Onbevlekte ons zelf heeft gegeven en één van deze is de Wonderdadige Medaille.” (Ridder van de Onbevlekte, 1937). “Laat ons deze Medaille overal waar we kunnen verspreiden, aan de goede mensen, alsook aan de dwazen, aan Katholieken en aan ongelovigen. Als iemand Haar ook maar de minste eer brengt, zal Zij hem niet opgeven maar zal hem tot het ware geloof en inkeer brengen. Daarom moeten wij Haar Medaille verspreiden en op hetzelfde moment haar voortdurend smeken voor onze bekering enLEES VERDER

“We moeten niet alleen het geloof verdedigen en aan het algemeen zielenheil werken, we moeten ook vol moed en zonder egoïsme ten aanval trekken en zielen winnen voor de Onbevlekte, de één na de andere, van de ene post naar de volgende: door huizen op te richten, dagelijkse kranten, tijdschriften, boeken, persagentschappen, radiostations, artistieke en literaire instituten, theater, film, overheden. Samengevat moeten wij overal zielen voorstellen aan de Onbevlekte, over heel de wereld, en met alle denkbare middelen die wij ter onze beschikking hebben.” (Brief van 21 december 1928).LEES VERDER

“De MI is niet louter een verdedigende, maar vooral een offensieve kracht. Het volstaat niet voor ons om het geloof te verdedigen. Met al onze macht en hoop in onze Koningin, zullen wij voortgang maken, zelfs tot in het kamp van de vijand om zielen te winnen voor de Onbevlekte. Elk hart dat ergens ter wereld klopt en zal kloppen tot het einde der tijden, moet worden gevangen voor de Onbevlekte, dat is ons doel! En we willen dit zo snel mogelijk.” (Brief van 23 april 1929.) “De Ridder is bezeten door de gedachte dat er zoveel zielen zijn die de naam van Maria nogLEES VERDER

“Als wij deze krachtige daden, gepleegd door de vijanden van Gods Kerk Gods, zien, worden wij dan toegelaten om lui staan toe te kijken? Is het geoorloofd om slechts te klagen en te wenen? Neen! Overweeg dat wij op het laatste oordeel niet enkel verantwoording moeten afleggen over wat we gedaan hebben, maar ook over wat we niet gedaan hebben terwijl we het konden doen.” (Ridder, 1923). “Wij moeten dus lijden, werken, en sterven als een Ridder, maar geen gewone dood. Waarom niet door een kogel door ons hoofd om zo onze liefde voor de Onbevlekte te bevestigen ? Waarom zouden wij onze laatste druppelLEES VERDER

“Over de hele wereld wordt er een strijd gevoerd tegen de Kerk en de redding der zielen. De vijand heeft verschillende maskers en verschillende namen. Het is geen geheim dat het socialisme de ellende van de arbeiders gebruikt om hun geloof te verdringen. We zien dat het bolsjewisme ons geloof vertrappelt. We horen de theorie van de materialisten, dat ervan uitgaat dat het universum slechts is, wat we kunnen waarnemen met onze zintuigen en dat dus God en onze onsterfelijke zielen niet bestaan. De theosofie verspreidt religieuze onverschilligheid, en de Jehova’s getuigen en andere Protestanten gebruiken dikke bundels geld om hun aanhang uit te breiden.LEES VERDER

“Gij alleen hebt alle ketterijen over de hele wereld overwonnen!” Hoe moeten wij dat verstaan? Zij vernietigt ketterijen, niet de ketters, omdat Zij van hen houdt en wenst dat zij zich bekeren. Net omdat Zij zoveel van hen houdt vernietigdt Zij de ketterijen en hun valse opinies en overtuigingen. “Zij overwint ketterijen, dat wil zeggen dat Ze die niet alleen vermindert of verzwakt, maar volledig verwoest, zodat geen enkel spoor meer overblijft.” “Allemaal? Allemaal zonder één uitzondering! Waar? Overal ter wereld. Niet slechts in dat of dat land, maar in alle landen ter wereld. Zij alleen! Niets meer is nodig omdat alleen Zij daartoe inLEES VERDER

“Wij maken deel uit van de zielen die voorbestemd zijn om te bidden; de toekomst hangt grotendeels af van deze zielen. Naast onze dagelijkse gebeden zeggen wij veel schietgebeden. De kleinste en geringste gebeden hebben hun effect. God wil dat wij de wereld overheersen door het gebed.” (Conferentie van 10 maart 1940).LEES VERDER

“De tweede stand van de MI kan overal opgericht worden en hun betekenis hangt niet zozeer af van de grootte maar wel van hun inzet. Deze groepen, die variëren naargelang de sociale verschillen en omstandigheden waarin de leden leven en werken, zoeken samen naar manieren en methoden om hun gemeenschappelijk doel te bereiken; zij bestuderen de resultaten en verbeteren hun werkmethoden naargelang ze meer ervaring opdoen.” (Brief van 2 december 1931).LEES VERDER

“Openbare activiteiten zijn goed, maar het is vooral secundair van belang, en zelfs nog minder dan secundair in vergelijking met het innerlijke leven, het leven van gebed en terugtrekking, het leven van de persoonlijke liefde tot God. Naargelang wij zelf meer en meer branden van goddelijke liefde, zullen wij andermans hart ook beter kunnen aanwakkeren met deze liefde.” (Brief van 10 september 1940).LEES VERDER