In de reeds verschenen delen van dit artikel hebben we het leven van Zuster Mariana beschreven, haar roeping, haar werk als zuster en vervolgens als abdis in het Klooster, en de verschijningen die zij kreeg van de H. Maagd Maria met daarin de openbaringen die betrekking hadden op de 20e eeuw. Ook gaf de Maagd Maria haar de opdracht om een beeld van haar te laten maken dat in het Klooster geplaatst moest worden. Nadat een kunstenaar aan het beeld is begonnen, is het op wonderbaarlijke wijze afgemaakt door de H. Franciscus en de HH. Aartsengelen en tenslotte door de bisschop gewijd en geplaatst. Hier pikken we de draad weer op met de wederwaardigheden van Moeder Maria.
Visioen van de razernij van de duivel

Moeder Mariana was op een dag bij het Tabernakel aan het bidden toen ze plots in extase geraakte. In een visioen zag ze dat het land bevoorrecht zou zijn met genade en barmhartigheid als gevolg van de publieke en plechtige devotie die aan het Heilig Sacrament zou worden betoond in de komende eeuwen. Zij zag devote processies door de hoofdstraten van de stad gaan, bestaande uit religieuzen, vrouwen, kinderen, jongeren en allerlei personen uit alle klassen van de maatschappij. Ze zag het grote en diepe respect en de devotie van de verschillende groepen en tegelijkertijd ook veel leden die instrumenten ter penitentie op hun lichaam gebruikten. Ze zag het geloof en de vroomheid van de gelovigen en het welbehagen van Onze Heer Jezus Christus terwijl Hij door de straten ging van de stad in deze toekomstige heuglijke tijden. Maar helaas! Zij zag ook hoe dit alles de woede van de duivel had veroorzaakt, die dit solide gebouw van katholieke vroomheid, gevestigd op het geloof van de zonen van God, met de grond gelijk wilde maken. Om dit kwade doel te bereiken bediende de duivel zich van zonen van het land die het geloof van hun ouders en voorouders hadden verloren. Deze medeburgers werkten in hun organisaties om de Kerk te onderdrukken en verhinderden de publieke devotie, omdat ze zich aansloten bij Satan door lid te worden van de maçonnieke loges. Zij zag dat deze generatie mensen zonder geloof gevormd zou worden door onwaardige zonen van de Katholieke Kerk, die de Kerk op een goddeloze manier onderdrukten door een einde te maken aan respectvolle processies, die de zegeningen van God aantrokken. Het zou een tijd van droefenis en angst zijn voor alle trouwe zonen van de Kerk, die met hun prelaten en herders klein in aantal zouden zijn. Onze Heer liet zien hoe het afschuwelijke en verderfelijke wilde zwijn van de Vrijmetselarij in de wonderlijke en bloeiende wijngaard van de Kerk zou binnenkomen, en haar vernietigd en compleet geruïneerd achterliet.
Moeder Mariana komt dan weer tot zichzelf in de armen van haar medezusters, die huilden en meenden dat ze dood was, omdat zij geen teken van leven meer had gegeven vanaf negen uur ’s ochtends tot vijf uur ’s middags. Moeder Mariana, die lijkbleek was, probeerde te praten, op te staan en te lopen, maar ondanks haar inspanningen slaagde zij hier niet in. (…) In deze staat van zwakte verloor zij opnieuw haar bewustzijn. Deze maal zag zij de ontrouw van de bedienaren van de altaren aan hun roeping en de onwaardige manier waarop enkelen het Heilige Offer benaderden. Ze beschouwde de oorzaken hiervan, en haar ziel werd door een diepe, bovennatuurlijke droefenis verpletterd.
Zesde verschijning van de Maagd Maria

Op 2 februari 1634, om drie uur ’s nachts, bad Moeder Mariana tot Onze Heer, de ogen gericht op het Tabernakel om Hem haar liefde te betuigen. Aan het einde van haar gebed zag zij de lamp van het heiligdom die voor het Heilig Sacrament brandde, onverwachts uitgaan, waardoor het hoofdaltaar geheel en al door duisternis omgeven was. Dan ziet zij plots een hemels licht de gehele kerk verlichten. De Koningin van de Hemel verschijnt haar, en na de lamp van het Tabernakel te hebben aangemaakt, komt zij naderbij en stelt zich voor als Maria van het Welslagen, en legt de verduistering van het heiligdom uit met deze woorden: “Het doven van het licht van het heiligdom heeft verschillende betekenissen: De eerste reden van het doven van de lamp van het heiligdom is dat vanaf de 19e eeuw en voor een groot deel van de 20e eeuw verschillende ketterijen zullen worden verspreid in dit land, dat dan een onafhankelijke republiek zal zijn. Wanneer die de overhand zullen hebben, zal het kostbare licht van het geloof uitgaan in de zielen ten gevolge van het vrijwel algehele bederf van de zeden. Tijdens deze periode zullen er grote lichamelijke en geestelijke rampen zijn. Het kleine aantal zielen dat, verborgen, de schat van het geloof en de deugden zal bewaren, zal een onuitsprekelijk en langdurig martelaarschap ondergaan. Velen onder hen zullen sterven ten gevolge van de heftigheid van de smarten, en degenen die zich opofferen voor de Kerk en voor het Vaderland zullen als martelaren beschouwd worden. Om de mensen te bevrijden van de boeien van deze ketterijen, zullen degenen, die de barmhartige liefde van mijn zeer Heilige Zoon zal bestemmen voor het herstel, een grote wilskracht, standvastigheid, waakzaamheid en een groot vertrouwen op God moeten hebben. Om dit geloof en dit vertrouwen van de rechtvaardigen te beproeven zullen er momenten zijn, waarop alles verloren en verlamd zal lijken; dat zal het gelukkige begin van het algehele herstel zijn.
De tweede reden voor het doven van de lamp van het heiligdom is dat mijn Klooster, wat het aantal betreft, zeer zal krimpen, ondergedompeld zal zijn in een oceaan van een onbeschrijflijke bitterheid en zal lijken ten onder te gaan in de verschillende wateren van tegenspoed. Hoe vele ware roepingen zullen te gronde gaan door gebrek aan discretie, aan oordeelsvermogen en aan voorzichtigheid van de kant van de meesteressen van de novicen! Ze zouden bidzielen moeten zijn en zeer deskundig in de verschillende geestelijke wegen. Wee die zielen die zullen terugkeren naar het aardse Babylon na in de veilige haven van mijn gezegend Klooster te zijn geweest!
Tijdens deze ongelukkige tijden zal de ongerechtigheid zelfs tot in mijn gesloten tuin binnendringen. Vermomd als valse naastenliefde zal de ongerechtigheid ravages aanrichten in de zielen. De haatvolle duivel zal proberen onenigheid te zaaien door rotte leden, die, onder het mom van een schijn van deugd, als bedorven graven zullen zijn, waar een stank van verrotting van uitgaat, die de geestelijke dood veroorzaakt bij de enen en lauwheid bij de anderen. Zij zullen een tweesnijdend zwaard planten in mijn trouwe dochters, mijn verborgen zielen, en hen daardoor een voortdurend en langzaam martelaarschap doen lijden. Deze dochters zullen in het verborgene huilen bij hun Heer en hun God en hun engelbewaarders zullen hun tranen aanbieden aan de Hemelse Vader, verzoekend dat deze tijden verkort zullen worden ter liefde van de Goddelijke Gevangene.
De derde reden van het doven van de lamp van het heiligdom is de geest van onkuisheid die de atmosfeer zal verzadigen in die dagen. Gelijk een weerzinwekkende oceaan zal het de straten en de publieke pleinen overspoelen met een verbluffende vrijheid. Er zullen vrijwel geen maagdelijke zielen meer zijn in de wereld. De verfijnde bloem van de maagdelijkheid, bedeesd en bedreigd met algehele vernietiging, zal in de verte schitteren. Haar toevlucht nemend tot de kloosters, zal het daar goede aarde vinden en, terwijl zij wortel schiet, zal zij groeien en leven, en de geur, die het genot is van mijn zeer Heilige Zoon, zal het schild zijn tegen de goddelijke woede. Zonder maagdelijkheid zou het vuur van de Hemel neervallen op deze gronden om ze te zuiveren.

In zijn kwaadaardige hoogmoed zal de afgunstige en verderfelijke duivel proberen binnen te dringen in deze gesloten tuinen van de religieuze kloosters om deze wonderlijke en verfijnde bloem te doen verwelken. Maar ik zal hem trotseren en hem het hoofd vertrappen onder mijn voeten! Maar helaas! Wat een verdriet! Er zullen onvoorzichtige zielen zijn die zich vrijwillig in zijn klauwen zullen werpen. Anderen, teruggekeerd naar de wereld, zullen instrumenten van de duivel worden om zielen verloren te doen gaan.
De vierde reden voor het doven van de lamp van het heiligdom is dat de Vrijmetselarij, na in alle sociale klassen te zijn doorgedrongen, zo slim zal zijn dat zij het hart van de gezinnen binnendringt om de kinderen te bederven, en de duivel zal er prat op gaan zich te verlustigen aan de zeer fijne prooi van de kinderharten.
Tijdens deze ongelukkige tijden zal het kwaad de onschuld van de jeugd aanvallen en op die manier zullen roepingen tot het priesterschap verloren gaan, en dat zal een ware ramp zijn. Het zal de taak zijn van godsdienstige groepen de Kerk te ondersteunen en om met dappere en belangeloze ijver te werken voor het heil van de zielen, want tijdens die periode zullen er heilige bedienaren van het altaar zijn, mooie en verborgen zielen waarin mijn zeer Heilige Zoon en ik ons genoegen scheppen en hen beschouwen als buitengewone bloemen en vruchten van heldhaftige heiligheid. De goddelozen zullen een wrede oorlog tegen hen ontketenen, hen overladen met beledigingen, laster en beledigingen om de vervulling van hun ambt te verhinderen. Maar zij, als stevige steunpilaren, zullen onwankelbaar blijven en zullen dat alles trotseren met nederigheid en met de offergeest waarmee ze bekleed zullen zijn uit kracht van de oneindige verdiensten van mijn zeer Heilige Zoon, die van hen houdt als de meest intieme vezels van zijn zeer heilig en teder Hart.
In deze tijd zal de wereldse clerus zijn idealen verlaten, omdat de priesters hun heilige plichten verwaarlozen. Los van de goddelijke kompas, zullen zij zich verwijderen van de door God geschetste weg voor de priesterlijke bediening en zij zullen zich hechten aan goederen en rijkdommen, die zij op onwettige wijze zullen trachten te verkrijgen. Hoezeer zal de Kerk in deze omstandigheden van een geestelijke nacht lijden onder het gemis van een prelaat en vader die over hen waakt met een vaderlijke liefde, zachtheid, kracht, inzicht en voorzichtigheid. Veel priesters zullen het verstand verliezen en daardoor hun zielen aan groot gevaar blootstellen.
Bid met aanhouden zonder het moe te worden, stort bittere tranen in het verborgene van uw hart en smeek uw Hemelse Vader opdat Hij, door de liefde van het Eucharistisch Hart van mijn zeer Heilige Zoon, door Zijn kostbaar Bloed en door de diepgaande bitterheid van Zijn wrede Passie en Dood, Hij medelijden mag hebben met Zijn dienaren en snel een einde maakt aan deze ongelukkige tijden, door de Kerk de Prelaat te sturen die de geest van de priesters zal herstellen.
Mijn zeer Heilige Zoon en ik zullen een voorliefde hebben voor deze bevoorrechte zoon en wij zullen hem een uitzonderlijke geschiktheid geven, nederigheid van hart, volgzaamheid aan goddelijke inspiraties, kracht om de rechten van de Kerk te verdedigen, en een teder en medelijdend hart, zodat, als een andere Christus, hij de groten en de kleinen zal bijstaan, zonder de meest ongelukkige zielen te minachten, die hem zullen vragen om een beetje licht en raad in hun twijfels en hun lijden. Met een goddelijke mildheid zal hij de aan God toegewijde zielen in de kloosters leiden, het juk van de Heer verzachtend, die heeft gezegd: “Mijn juk is zacht en mijn last is licht”. De weegschalen van het Heiligdom zullen in zijn handen worden gelegd, zodat alles wordt gewogen met de verschuldigde maat en God zal verheerlijkt worden (opm. red.: door velen wordt Mgr. Marcel Lefebvre gezien als deze prelaat).

De lauwheid van de aan God gewijde zielen in de priesterlijke en religieuze staat zal de komst van deze Prelaat en Vader uitstellen. Dat is de oorzaak ervan dat de vervloekte duivel bezit zal nemen van dit land, waar hij zijn overwinningen volledig zal maken, dankzij een buitenlands volk zonder geloof, zo talrijk dat het als een wolk de heldere hemel van deze toekomstige Republiek, toegewijd aan het Heilig Hart van mijn Goddelijke Zoon, zal verduisteren. Met deze mensen zullen alle ondeugden binnenkomen, die op hun beurt weer allerlei straffen zullen afroepen zoals calamiteiten, hongersnood, burgeroorlogen, onenigheid met andere naties en geloofsafval, oorzaak van de teloorgang van zovele zielen zo dierbaar aan Jezus Christus en mij. Om deze wolk, die de Kerk verhindert te genieten van de heldere dag van de vrijheid, te verjagen, zal er een geweldige en afschuwelijke oorlog komen, waarbij het bloed van autochtonen en buitenlanders zal vloeien, van priesters in kloosters en in de wereld en ook van religieuzen. Die nacht zal absoluut afschuwelijk zijn, want het zal lijken dat, menselijk gezien, het kwaad zal hebben overwonnen. Dit zal het teken zijn dat mijn uur zal zijn gekomen, wanneer ik op een wonderlijke wijze de hoogmoedige en vervloekte Satan zal onttronen, waarbij ik hem zal verpletteren onder mijn voet en hem zal vastketenen in de helse afgronden. Zo zullen de Kerk en de Natie eindelijk bevrijd zijn van zijn wrede tirannie.
De vijfde reden voor het doven van het licht van het heiligdom komt door de verslapping en de achteloosheid van degenen die grote rijkdommen bezitten en die zich tevreden stellen met het op onverschillige wijze kijken naar de Kerk die verdrukt wordt, de deugd die vervolgd wordt en de triomf van het kwaad, zonder devoot gebruik te maken van hun rijkdommen om het kwaad te vernietigen en het geloof te herstellen. Het is ook te wijten aan de onverschilligheid van die mensen die toestaan dat de Naam van God geleidelijk aan verdwijnt en die de geest van het kwaad aanhangen door zich weloverwogen aan ondeugden en passies over te leveren. Helaas, mijn uitverkoren dochters! Als het u toegestaan zou worden om te leven in die duistere tijd, dan zou u van ellende doodgaan als u zou zien dat alles wat ik u hier onthul bewaarheid zou worden. Mijn zeer Heilige Zoon en ik hebben een zodanig grote liefde voor dit land, onze erfenis, dat wij vanaf heden uw offers en uw gebeden vragen om de tijd van een dergelijke catastrofe in te korten”.
Na dit bewonderenswaardig visioen verscheen alles wat Onze Lieve Vrouw had verteld voor de ogen van Moeder Mariana, als een stille vertoning. Het werd haar gegeven om het eindeloze aantal zielen te kennen dat zou worden veroordeeld voor bovengenoemde redenen. Bij dit zicht verloor Moeder Mariana haar bewustzijn en bleef als dood gedurende twee dagen. De dokter, niet bij machte haar te reanimeren, verwachtte dat de dood onvermijdelijk was. Maar Moeder Mariana ontwaakte weer op wonderbare wijze en leefde toen haar laatste levensjaar.
Verschijning van Jezus
Op 2 november 1634, na de Communie te hebben ontvangen, heeft Moeder Mariana een visioen van Jezus Christus. Hij was één en al wonde en zijn Heilig Hart was bedekt met kleine maar pijnlijke doorntjes, die Hem kwelden met een onbeschrijflijke wreedheid. Hij stortte een vloed van tranen onder het uiten van zachte jammerklachten en zuchten. Moeder Mariana omhelsde Hem in haar hart en in een opwelling van bedroefde liefde riep zij uit: “Gewaardeerde en aanbeden liefde van mijn hart, als het mogelijk is, zeg mij wat U een dergelijk wreed martelaarschap doet lijden”.
Jezus zag haar met beminnelijke tederheid aan en na een diepe zucht zei Hij: “Je ziet hoe die kleine doorntjes me wreed prikken. Weet dat het de grote en kleine fouten zijn van mijn priesters – wereldlijk en geestelijk – die ik uit de wereld neem en in de kloosters binnenleid. Ik overstelp hen met geestelijke genaden; Ik geef hen zelfs ernstige en langdurige ziektes, zodat ze zoals Ik kunnen worden. Maar, ondankbaar en harteloos, klagen ze over Mijn toegenegen Voorzienigheid. Ze vinden dat Ik wreed ben jegens hen, trekken zich onverschillig terug en laten Mij alleen. De geest van dergelijke zielen verlept als een verdorde bloem, wordt droog en is niet in staat om haar geur te verspreiden in de tuin van Mijn Onbevlekte Moeder, waartoe dergelijke zielen geroepen waren. Door dit ondankbaar gedrag duwen ze die fijne doorntjes in Mijn Hart en verwonden ze het wreed, terwijl het enkel liefde en genegenheid is voor Mijn uitverkoren zielen. Tegelijkertijd vernietigen ze de grote plannen die Ik met hen had, die er de reden van waren dat Ik hen op die manier beproefde, omdat het Kruis en de beproeving hier op aarde het erfdeel zijn van de rechtvaardigen. Boezem je huidige dochters de liefde tot het kruis en tot het offer in, zodanig dat ze het van generatie op generatie kunnen doorgeven zowel in dit Klooster als in de Orde in het algemeen. Doordring hen ook met liefde voor hun religieuze roeping en de kloosterregel, van een broederlijke naastenliefde, van liefde voor de arme zondaars en leer hen om trouw te beantwoorden aan de ingevingen van de genade.
Er zal een dag komen waarop de leer verspreid zal worden onder geleerden en onwetenden, toegankelijk voor priesters en religieuzen en zelfs voor het gewone volk. Men zal veel boeken schrijven, maar de praktijk van de deugden en die doctrines zal slechts bij enkele zielen gevonden worden; om die reden zullen er weinig heiligen zijn.

En precies daarom zullen mijn priesters en religieuzen in een dodelijke onverschilligheid vervallen. Hun kilheid zal het vuur van de goddelijke liefde doven en Mijn liefdevol Hart kwellen met de kleine doornen die je ziet. Daarom verlang Ik dat er hier zielen komen waarin Ik kan rusten en waarin Ik Mijn welbehagen vindt. Hun leven van kwelling en offer zullen de strelende en meelevende handen zijn die die kleine doornen uit mijn Hart halen en er de balsem op aanbrengen waaraan Ik behoefte heb. Helaas! Was het je maar gegeven het intens innerlijk lijden te kennen, dat Mij heeft vergezeld sinds Mijn Menswording in de zeer zuivere schoot van Mijn Maagdelijke Moeder tot het moment dat Mijn ziel haar verscheurde en aan het Kruis genagelde lichaam verliet. En dit lijden wordt veroorzaakt door het gebrek aan beantwoording aan de vloed van genade die Ik uitstort over Mijn priesters en religieuzen, en dientengevolge door de zonden die zij bedrijven.
Weet bovendien dat de Goddelijke Gerechtigheid verschrikkelijke kastijdingen over gehele naties stuurt, niet alleen voor de zonden van het volk, maar vooral van die van de priesters en de gewijde personen. Want deze laatsten zijn geroepen tot de volmaaktheid van hun staat om het zout van de aarde te zijn, de meesters van de waarheid en de schilden die de Goddelijke Toorn tegenhouden. Door van hun sublieme missie af te wijken, verlagen zij zichzelf zodanig, dat zij in Gods ogen de strengheid van de straffen doen toenemen. Als zij zich losmaken van Mij, eindigen ze met een oppervlakkig zielenleven door een afstand van Mij te houden, die Mijn bedienaren onwaardig is. Door hun kilte en hun gebrek aan vertrouwen handelen zij alsof Ik voor hen een vreemdeling was.
Helaas! Wisten zij maar, waren zij er maar van overtuigd dat Ik zoveel van hen houd en dat Ik zozeer verlang in de diepten van hun ziel binnen te gaan. Daar zouden zij Mij ongetwijfeld vinden en noodzakelijkerwijs het leven van de liefde leven, van het licht en van een doorlopende vereniging waartoe zij niet enkel geroepen zouden zijn, maar uitverkoren! Nu, Mijn bruid, gedurende de weinige maanden van ballingschap die je nog resteren, werk onvermoeibaar voor de volmaaktheid van mijn priesters en religieuzen. Offer alles – zelfs je laatste zucht – wat je doet daartoe op in vereniging met Mijn oneindige verdiensten en de verdiensten van Mijn Onbevlekte Moeder. Ik schep een zeer groot welbehagen in de religieuze zielen die de verheven taak op zich nemen om de clerus te heiligen door hun gebeden en hun offers. Door alle tijden heen blijf Ik dergelijke zielen kiezen, die, door zich met Mij te verenigen, werken, bidden en lijden om dit nobel doel te bereiken, en een speciale glorie wacht hen daarvoor in het Paradijs.
Na dit aangrijpend visioen leek Moeder Mariana als omgevormd in een nieuw schepsel. Zij leek een engel in menselijk vlees en serafijn vervuld van God. Haar woorden waren vlammende pijlen van goddelijke liefde die op zachte wijze de harten van haar bevoorrechte dochters, die met haar leefden, verwondden.
Wordt vervolgd








