In Antwerpen wordt op 16 november a.s. in de priorij aan de Hemelstraat een retraite van één dag georganiseerd, speciaal voor M.I.-leden en voor degenen die toe willen treden. De retraite vangt aan vroeg op de zaterdagochtend 7.30 uur, zodat men de gehele zaterdag tot zijn beschikking heeft om zich toe te leggen op gebed en de geestelijke instructies bij te wonen onder leiding van onze hemelse Koningin en Moeder. Zaterdag laat op de middag 17.15 uur loopt de retraite af. Als men interesse heeft, en voor nadere details kan men zich aanmelden bij Pater J. Verlinden te Antwerpen.LEES VERDER

Oswiecim, Auschwitz in het Duits, werd in Polen het “kamp van de dood” genoemd om de miljoenen slachtoffers die er omkwamen. Het werd gesticht om vergeldingsmaatregelen te treffen tegen het verzet van de Polen. Het lag in een verlaten regio in moerassig en ongezond gebied. Buiten het kamp woonden nog enkele boeren die de grond erom heen moesten bewerken. Uit het kamp waren gedetineerden die dan overdag hielpen, maar wel ’s avonds weer terug moesten keren naar het kamp. Zo ontstond de mogelijkheid tot ontsnapping, wat als straf het doodvonnis van tien gevangenen betekende. Deze mensen moesten dan de zogenaamde “bunker” of de “kelder vanLEES VERDER

Enkele dagen nadat Pater Kolbe in blok 14 was aangekomen wist één van de gedetineerden aan de strenge bewaking te ontkomen en te ontsnappen. In de kampen bestond er toen een wet die voorschreef dat voor iedere vluchteling er 15, later werden het er 10, veroordeeld werden om van de honger te sterven in een donkere en sombere kelder, doodskamer of hongerbunker genaamd. De mannen van blok 14 kregen voor straf geen avondeten, nadat ze met alle andere gevangenen drie lange uren stijf in de houding hadden moeten staan. Bij het ochtend-appèl moest alleen blok 14 in de rij op het plein blijven staan. DeLEES VERDER

Het snikken en de klacht van sergeant Frans Gajowniczek troffen echter de fijngevoeligheid van Pater Kolbe. Tegen alle regels in waagde hij het toen de ijzeren tucht te doorbreken: kordaat stapte hij uit de rijen, regelrecht op de commandant van het kamp af. De andere gevangenen fluisterden en gaven onderling door dat het Pater Kolbe was. Na de muts te hebben afgenomen ging Pater Kolbe waardig, rechtop en met op het gelaat een diepe rust recht tegenover de commandant staan. Deze sprak: “Wat wil dit Poolse zwijn?” Pater Kolbe wees toen naar Frans en zei: “Ik ben een katholiek priester. Ik ben al oud. IkLEES VERDER

Naast Pater Kolbe stonden nog negen anderen, voor wie de eeuwigheid plotseling en in alle ernst opdoemde. Pater Kolbe wilde hun zielen redden door ze te beschutten tegen het gevaar van de verlatenheid en de wanhoop. Hij werd daartoe hun lotgenoot in de kwellingen en de doodsstrijd. De kelder ofwel bunker van de dood was gegraven onder het terrein waarop blok 13 stond. Wie daarin werd opgesloten, wist dat hij levend begraven was. Alleen de bewakers kwamen er binnen voor de dagelijkse controle, nooit om te helpen, wel om te vernederen en met vulgaire, godslasterlijke woorden de veroordeelden te ontmoedigen en zelfs om geweld teLEES VERDER

Zo gingen er twee weken voorbij. Intussen stierven de gevangenen de een na de ander, zodat er op het einde van de derde week slechts vier gevangenen overbleven, waaronder Pater Kolbe. Dit vonden de autoriteiten te lang duren; de cel was nodig voor andere slachtoffers. Op zekere dag, te weten 14 augustus, vigilie van het feest van Maria ten Hemelopneming, brachten zij daarom de leider van de ziekenzaal mee, die ieder een spuitje phenolzuur (blauwzuur) gaf in de linkerarm. Terwijl hij bleef bidden bood Pater Kolbe uit eigen beweging zijn arm aan aan de beul. De Pool, die het niet kon aanzien, ging naar buiten.LEES VERDER

Overal ontkiemde er bewondering en ontroering en hij werd door allen, die hem gekend hadden, voor een heilige gehouden. Velen getuigden over zijn voorbeeldig en deugdzaam leven, over zijn vroomheid en zijn gehoorzaamheid, uiteenlopend van de beulen in het kamp tot de oud-rector van het serafijns college te Rome, van een medestichter van de M.I. tot de oud-generaal van de Orde en ook overste van Pater Kolbe, diverse artsen die hem behandeld hebben of zusters die hem verpleegden, de apostolische nuntii in Polen, een pastoor die ook in Auschwitz zat enz. Na de dood van Pater Kolbe verscheen er al gauw een levensbeschrijving, die inLEES VERDER

Dertig jaar na zijn dood, daags na de verjaardag van de stichting van de Ridderschap van de Onbevlekte, op 17 oktober 1971, werd Pater Maximiliaan Kolbe als belijder door paus Paulus VI zalig verklaard. Hierbij aanwezig was de toen 75-jarige Frans Gajowniczek, de man voor wie Pater Kolbe zijn leven gegeven had. En op 10 oktober 1982 werd hij door paus Johannes Paulus II heilig verklaard, eveneens in bijzijn van Frans Gajowniczek. Ook werd Pater Kolbe tot martelaar verklaard. Wel was er geen beul geweest om hem onder bedreiging afvallig te doen worden van het geloof, maar hier was sprake van een martelaar, omdat PaterLEES VERDER

Pater Kolbe zegt in zijn commentaar op de akte van toewijding dat “het H. Hart van Jezus de Liefde van God is voor de mensen”. Deze liefde uit zich al in de kribbe en vervolgens tijdens het hele leven van de Redder, maar vooral op het Kruis en in de Eucharistie. Toch is dit niet alles: “De Liefde van het goddelijk Hart uit zich ook doordat Jezus ons Zijn eigen Moeder heeft gegeven” (conferentie 28-6-1936), een buitengewoon bewijs van de Liefde van God voor de mensen. Waarom echter heeft Jezus ons Zijn Moeder gegeven? “Dat is”, zegt Pater Kolbe, “opdat wij Hem kunnen beminnen metLEES VERDER