
Claude Newman was een Afro-Amerikaan, geboren op 1 december 1923 uit Willie en Floretta (Young) Newman in Stuttgart, Arkansas. In 1928 haalt Willie zijn zoon Claude en een oudere broer weg bij hun moeder om onbekende redenen en ze worden naar hun grootmoeder, Ellen Newman, gebracht in Bovina, Warren County, Mississippi.

In 1939 trouwde de geliefde oma van Claude een man genaamd Sid Cook, die al gauw gewelddadig werd jegens haar, wat Claude diep kwetste en boos maakte. Zelf werkte Claude als een boerenknecht op de Ceres Plantage in Bovina, Mississippi, eigendom van een rijke landeigenaar genaamd U.G. Flowers en Sid Cook was geboren en getogen op deze plantage. Claude trouwde toen hij 17 was met een vrouw van dezelfde leeftijd.
Sid Cook en Ellen Newman gingen scheiden, maar Claude zat blijkbaar nog vol van wrokgevoelens jegens Sid wegens het misbruiken van zijn oma. Aangespoord door een dominante vriend genaamd Elbert Harris, wachtte Claude Sid op bij diens huis. Als Sid binnenkomt, schiet Claude hem dood, pakt zijn geld en vlucht naar zijn moeder in Arkansas, waar hij 20 december aankomt.
Claude wordt gearresteerd
In januari 1943 wordt Claude in Arkansas gearresteerd en teruggestuurd naar Vicksburg, Mississippi, waar hij een gedwongen bekentenis aflegde op 13 januari. Ondanks de protesten van Claudes advocaat Harry K. Murray, wordt zijn bekentenis als bewijs toegelaten en hij werd schuldig bevonden door een jury en aanvankelijk veroordeeld te sterven in de elektrische stoel op 14 mei 1943. Een beroep om de zaak te herzien werd later verworpen door de procureur-generaal van de staat en zijn executie werd verplaatst naar 20 januari 1944.
Claude ontvangt de Wonderdadige Medaille
Het overgrote deel van de navolgende informatie komt van een bandopname van een interview van Father O’Leary op een radio show, een priester die Claude erg goed had leren kennen tijdens diens gevangenschap.
Gedurende de tijd dat Claude in de gevangenis zat in afwachting van zijn executie, deelde hij een cellenblok met vier andere gevangenen. Op een avond zaten deze mannen bij elkaar te praten en Claude bemerkte een medaille aan een koord om de hals van een andere gevangene. Nieuwsgierig vroeg Claude de andere gevangene wat dit was, maar deze wist er niets van af of wilde er niet over praten; in verlegenheid gebracht scheen hij boos te zijn, haalde plotseling de medaille van zijn hals af en gooide deze al vloekend op de grond bij Claudes voeten. Na naar de medaille gekeken te hebben deed Claude deze om zijn eigen hals, alhoewel hij geen idee had van wie de afbeelding op de medaille was. Voor hem was het enkel een snuisterij, maar op één of andere manier voelde hij zich er toe aangetrokken en wilde het dragen.
De Heilige Maagd verschijnt aan Claude in een visioen

’s Nachts, toen hij op zijn bed lag te slapen, werd hij gewekt door een aanraking op zijn pols. Toen hij wakker schrok zag hij daar, zoals Claude later Father O’Leary vertelde, ‘de mooiste Vrouw die God ooit geschapen had’. Aanvankelijk was hij nogal bang, niet wetende wat te denken van deze buitengewoon mooie stralende Vrouw. De Dame stelde Claude al snel gerust en zei hem: “Als je graag hebt dat ik je Moeder ben en als je graag mijn kind wilt zijn, vraag dan naar een priester van de Katholieke Kerk.” En na het spreken van deze woorden verdween ze plotseling. Opgewonden begon Claude meteen te roepen “een spook, een spook” en begon te schreeuwen dat hij een katholieke priester wilde. Father O’Leary SVD (1911 – 1984), de priester die dit verhaal vertelt, werd de volgende ochtend ogenblikkelijk geroepen. Na zijn aankomst ging hij naar Claude, die hem vertelde wat er de afgelopen nacht was voorgevallen. Diep onder de indruk van de gebeurtenis verzocht Claude, samen met de vier andere mannen in zijn cellenblok, om godsdienstlessen van het katholieke geloof.
Claude en de andere gevangenen krijgen katechese
Father O’Leary kwam de volgende dag terug naar de gevangenis om een begin te maken met de katecheselessen. Toen ontdekte de priester dat Claude kon lezen noch schrijven. De enigste manier waarop hij zag op de correcte wijze was opengeslagen, was als er plaatjes in stonden. Claude vertelde hem dat hij nooit naar school was gegaan en Father O’Leary ontdekte als snel dat zijn onwetendheid op het gebied van het geloof nog groter was. Hij wist praktisch niets over godsdienst of het christelijk geloof. Hij wist dat er een God was, maar hij wist niet dat Jezus God was. Zo kreeg Claude les en de andere gevangenen hielpen hem met zijn studie.
Na enkele dagen kregen twee van de religieuze zusters van de parochieschool van Father O’Leary toestemming van de bewaker om in de gevangenis te komen. Ze wilden Claude ontmoeten en zijn merkwaardige verhaal horen en ze wilden ook de vrouwen in de gevangenis bezoeken. Al snel begonnen de zusters op een andere verdieping van de gevangenis katechese te geven aan de vrouwelijke gevangenen.

Verschillende weken verstreken en de tijd kwam dat Father O’Leary les zou gaan geven over het sacrament van de biecht. De zusters zaten ook in de klas. De priester zei tegen de gevangenen: “Oké jongens, vandaag ga ik jullie les geven over het sacrament van de biecht.” Claude zei: “Oh, daar weet ik al van af! De Dame vertelde me dat, als we gaan biechten en we neerknielen dat dit niet voor een priester is, maar dat we neerknielen bij het Kruis van haar Zoon. En dat als we oprecht berouw hebben over onze zonden, en we belijden onze zonden, het Bloed dat Hij vergiet neerstroomt over ons en ons vrij wast van alle zonden.”
Toen Claude dit zei, zaten Father O’Leary en de zusters verbaasd met de mond open. Claude dacht dat ze boos waren en zei: “Oh, niet boos zijn, niet boos zijn, ik had niet de bedoeling het eruit te flappen.” De priester zei: “We zijn niet boos, Claude, maar alleen maar verbaasd. Heb je Haar weer gezien?” Claude antwoordde: “Kom om het celblok heen, weg van de rest.”
Bewijs dat de H. Maagd Maria daadwerkelijk aan Claude verscheen
Toen ze alleen waren, zie Claude tegen de priester: “Ze vertelde me dat, als u me zou betwijfelen of aarzeling zou vertonen, ik u eraan moest herinneren dat u, toen u in een sloot lag in Holland in 1940, u Haar een belofte deed, waar ze nog steeds op wacht dat u die nakomt.” En, zo herinnert Father O’Leary het zich, toen vertelde Claude mij precies wat de belofte was.
Claudes onthulling overtuigde Father O’Leary er absoluut van dat Claude de waarheid sprak over zijn verschijningen van Onze Lieve Vrouw. De belofte die Father O’Leary van uit een sloot in Holland aan Onze Lieve Vrouw maakte (het bewijs dat Claude de priester gaf dat Onze Lieve Vrouw daadwerkelijk aan hem verscheen) was deze: dat, wanneer hij zou kunnen, hij een kerk zou bouwen ter ere van Maria’s Onbevlekte Ontvangenis. Hij deed dit toen in 1947. Hij was overgeplaatst naar Clarksdale, Mississippi in 1945, toen een groep Afro-Amerikaanse katholieken daar graag een kerk gebouwd wilde hebben. De bisschop van Natchez, Mississippi had $ 5.000,- ontvangen van de Aartsbisschop Cushing van Boston, voor ‘de negermissies’. De bisschop en Father O’Leary gaven toen opdracht om de kerk van de Onbevlekte Ontvangenis te laten bouwen, en hij bestaat nog altijd.
Father O’Leary en Claude gingen toen terug naar de katechese les, waar het ging over de biecht. En Claude bleef de andere gevangenen maar vertellen: ”Je moet niet bang zijn om te gaan biechten. Je vertelt eigenlijk God je zonden, niet de priester”. Daarna zei Claude: “Weet je, de Dame zei dat biecht zoiets is als een telefoon. We praten door de priester met God en God praat terug tegen ons door de priester.“
Een hemelse les over de Heilige Communie
Ongeveer een week later bereidde Father O’Leary een les voor de klas voor over het Heilig Sacrament. De zusters waren ook dit maal weer aanwezig bij deze les. Claude gaf aan dat de Dame hem ook over de Eucharistie had geleerd en vroeg of hij de priester mocht vertellen wat Ze gezegd had.
Father O’Leary stemde ogenblikkelijk in. Claude vertelde: “De Dame vertelde me dat bij de Communie ik alleen iets zie wat er uit ziet als een stukje brood. Maar Ze vertelde me dat dit werkelijk haar Zoon is, en dat Hij bij mij zal zijn net zoals Hij bij Haar was voordat Hij was geboren in Bethlehem. Ze zei me dat ik mijn tijd moest doorbrengen zoals Zij dat deed gedurende Haar leven met Hem – door Hem lief te hebben, Hem te aanbidden, Hem te bedanken, Hem te prijzen en Hem Zijn zegen te vragen. Ik zou niet afgeleid of lastiggevallen moeten worden door anderen, maar ik zou die enkele minuten alleen met Hem in mijn gedachten door moeten brengen.”
Claude wordt in de Katholieke kerk opgenomen en ingedeeld om geëxecuteerd te worden

Terwijl de weken voorbij gingen, beëindigden Claude en de andere gevangenen hun katechese lessen en werden in de Katholieke Kerk opgenomen. Het doopselregister van de St. Mary’s parochie (Vicksburg, MI) vermeldt zijn doop op 16 januari 1944. Father O’Leary was de dienstdoende priester en een jonge zuster, Zuster Bena Henken, was zijn peettante.
Vlak daarop brak de tijd aan dat Claude geëxecuteerd zou worden. Het zou gebeuren om 5 minuten na middernacht, op 20 januari 1944. De sheriff, genaamd Williamson, vroeg hem: “Claude, je hebt recht op een laatste verzoek. Wat wens je? “ “Wel,” zei Claude, “al mijn vrienden zijn van streek. De gevangenisbewaarder is van streek. Maar jullie begrijpen het niet. Ik ga niet sterven; alleen dit lichaam gaat sterven. Ik zal bij Haar zijn. Dus ik wil graag een feestje.” “Wat bedoel je?”, vroeg de sheriff. “Een feestje!” zei Claude. “Wilt u Father O’Leary toestemming geven om wat cake en ijs mee te nemen en wilt u de gevangenen van de tweede verdieping de vrijheid geven om in de grote zaal te gaan, zodat we allemaal samen kunnen zijn en een feestje kunnen hebben?”

“Iemand zou de priester kunnen aanvallen”, waarschuwde de hoofdbewaker. Claude wendde zich naar de mannen die erbij stonden en zie: “O nee, dat zullen ze zeker niet doen, nietwaar vrienden?”
De hoofdbewaker stemde in en zette extra bewakers in voor het feestje. En dus bezocht Father O’Leary een rijke weldoenster van de parochie en zij zorgde genereus voor de cake en het ijs en iedereen genoot van het feestje. Daarna, op verzoek van Claude, was er een heilig uur, waarbij ze speciaal voor Claude baden en voor de ziel van een ieder. Father O’Leary bracht gebedsboeken van de kerk mee en samen deden ze de Kruisweg en hielden ze een Heilig Uur, zonder het Allerheiligste.
Tegen de tijd dat Claude geëxecuteerd moest worden werden de mannen teruggebracht naar hun cel. De priester ging toen naar de kapel om het Allerheiligste te halen, zodat hij Claude nog de Heilige Communie kon geven juist voor zijn executie.
Father O’Leary ging terug naar de cel van Claude. Claude knielde achter de tralies, de priester knielde aan de andere kant en ze baden samen, terwijl de klok naar Claudes executie toe tikte.
Een uitstel van executie van twee weken wordt verleend
Vijftien minuten vóór de executie kwam Sheriff Williamson de trap op gerend, terwijl hij riep: “Uitstel, uitstel, de Gouverneur heeft twee weken uitstel gegeven!” Claude was er niet van op de hoogte dat de sheriff en de openbaar aanklager probeerden uitstel van executie voor hem te krijgen om zijn leven te redden. Maar toen Claude dit nieuws hoorde, begon hij te huilen. De priester en de sheriff namen aan dat hij huilde van vreugde, omdat hij niet geëxecuteerd zou worden. Maar Claude zei: “Jullie snappen het niet! Als je eenmaal haar gezicht hebt gezien en in haar ogen hebt gekeken, dan zou je geen dag langer willen leven!” Claude ging door: “Wat heb ik de afgelopen weken fout gedaan dat God weigert dat ik naar huis ga?“ Father O’Leary getuigde dat Claude snikte als iemand wiens hart gebroken was. Verbijsterd verliet de sheriff de kamer. De priester bleef en Claude kalmeerde eindelijk en de priester kon hem de communie geven. Naderhand zei Claude: “Waarom Father? Waarom moet ik hier nog twee weken blijven?”
Claude offert zichzelf genereus op voor een medegevangene
Father O’Leary had toen plots een ingeving. Hij herinnerde Claude aan James Hughs, een blanke gevangene in dezelfde gevangenis, die Claude intens haatte. Deze gevangene had een afschuwelijk immoreel leven geleid en net als Claude was hij veroordeeld om geëxecuteerd te worden wegens moord. James was katholiek opgevoed, maar nu was hij een schurk en verwierp God en alles wat christelijk was.
Father O’Leary zei toen: “Misschien wil onze Heilige Moeder dat je deze weigering om bij haar te zijn opdraagt voor zijn bekering.” En de priester ging door: “Waarom offer je niet aan God op elk moment dat je gescheiden bent van je hemelse Moeder, voor deze gevangene, zodat hij niet in alle eeuwigheid van God gescheiden zal worden?”
Claude dacht enkele ogenblikken na en ging toen akkoord en vroeg aan Father O’Leary hem de woorden van de opdracht te leren. Father O’Leary stemde in en getuigde later dat vanaf dat moment Claude en hij de enigste twee mensen op aarde waren die van dit persoonlijk offer afwisten, omdat het een persoonlijke aangelegenheid was tussen God, de Heilige Moeder, Claude en hemzelf.
Enkele uren later (nog altijd de ochtend van het uitstel van executie) kwam Father O’Leary Claude weer bezoeken en Claude zei hem: “James haatte me eerst, maar oh, Father, hoe haat hij me nu!” (Dit was omdat James had gehoord over Claudes uitstel van executie en hij jaloers was). Om hem aan te moedigen zei de goede priester: “Wel, misschien is dat een goed teken.”
Claude’s executie

Gedurende deze twee weken uitstel offerde Claude genereus zijn offers en gebeden op voor zijn medegevangene, de schurk James Hughs. Twee weken later werd Claude eindelijk gedood middels de elektrische stoel, op 4 februari 1944.
Betreffende Claudes heilige dood getuigde Father O’Leary: “Ik heb nog nooit iemand zo vreugdevol en gelukkig de dood in zien gaan. Zelfs de officiële getuigen en de journalisten van de kranten waren verbaasd. Ze zeiden dat ze niet konden begrijpen hoe iemand in een elektrische stoel kon gaan zitten, stralend van geluk.”
Claudes overlijdensbericht verscheen in de Vicksburg Evening News op de dag van zijn executie, 4 februari 1944. Zijn laatste woorden tot Father O’Leary waren: “Father, ik zal aan u denken. En telkens als u iets wenst, vraag het mij, dan vraag ik het haar.”
De bekering van James Hughs
Drie maanden na Claudes executie, op 19 mei 1944, zou James Hughs geëxecuteerd worden, de man voor wie Claude had geofferd. Father O’Leary zei: “Deze man was de vuilste, meest immorele persoon die ik ooit ontmoet heb. Zijn haat voor God en alles wat geestelijk was onbeschrijflijk.” Hij stond geen priester of wat voor geestelijke ook toe in zijn cel. Juist vóór zijn executie smeekte de districtsarts hem toch tenminste neer te knielen en het Onze Vader te zeggen voordat de sheriff voor hem zou komen. De gevangene spuugde in het gezicht van de dokter. Toen hij in de elektrische stoel werd vastgebonden, zei de sheriff tegen hem: “Als je nog iets te zeggen hebt, zeg het dan nu.” De veroordeelde man begon Godslasteringen te uiten.
Plots echter stopte hij en zijn ogen fixeerden zich op de hoek van de kamer, en zijn gezicht kreeg een afschuwelijke uitdrukking. Plotseling schreeuwde hij in angst – een verschrikkelijke kreet die iedereen die aanwezig was schokte. Zich wendend tot de sheriff zei hij: “Sheriff, haal een priester voor mij!” Welnu, Father O’Leary was in de kamer, omdat de wet van de staat Mississippi destijds vereiste dat er een geestelijke aanwezig zou zijn bij een executie. De priester had zich echter verstopt achter enkele reporters, omdat de veroordeelde gedreigd had God te vervloeken als hij een geestelijke zou zien. Bij het roepen om een priester ging Father O’Leary echter onmiddellijk naar de veroordeelde toe. Iedereen moest de kamer verlaten, zodat de man kon biechten bij de priester. De man vertelde dat hij katholiek was, maar zich van dit geloof had afgekeerd met 18 jaar, door zijn immoreel leven. Hij biechtte al zijn zonden met diep berouw en intense hartstocht.
Terwijl iedereen weer de kamer in kwam, vroeg de sheriff aan de priester: “Father, waardoor heeft hij zich bedacht?” “Ik weet het niet”, antwoordde de priester, “Ik heb het hem niet gevraagd.” De sheriff zei: “Wel, ik zal vannacht niet kunnen slapen als ik het hem niet ga vragen.” De sheriff ging toen naar de veroordeelde en vroeg: “Jongeman, wat deed je van gedachten veranderen?”

De gevangene antwoordde: “Weet je nog die zwarte man Claude – degene die ik zo haatte? Wel, hij stond daar (en hij wees) in de hoek. En achter hem, met een hand op elke van zijn schouders, stond de Gezegende Maagd Maria. En Claude zei tegen me : ‘Ik offerde mijn dood met Jezus op het kruis voor jouw redding. Zij heeft voor mij de genade verkregen dat je je plek in de hel kunt zien waar je heen gaat als je geen berouw hebt.’ Ik heb mijn plaats in de hel gezien en dat is waarom ik schreeuwde.”
James Hughs werd geëxecuteerd volgens schema, maar de hemelse verschijning van onze Heilige Moeder met Claude Newman en het zien van de hel dat daarop volgde had zijn ziel direct bekeerd in de laatste ogenblikken van zijn leven. Met de hulp van de Heilige Maagd Maria had Father O’Leary Claude geleerd om zich te verenigen met het lijden van Jezus door zijn eigen lijden aan Hem op te offeren, zoals wij allen kunnen doen voor anderen, en Claudes lijden hielp de prijs te betalen voor James’ opmerkelijke last minute bekering. Daarom moeten we nooit de waarde van ons lijden, verenigd met dat van Jezus Christus, onderschatten en nog minder de macht en liefdevolle voorspraak van onze goede Hemelse Moeder.
Bron: boekje ‘The Miraculous Medal’ van Militia Immaculatae, 2021
ISBN 9978-83-66317-56-7








