Onze Lieve Vrouw van Welslagen – Vervolg 4

Zevende verschijning van de Heilige Maagd

In de nacht van 8 december 1634, om 23.30 uur, gaat Moeder Mariana het koor in om haar gebruikelijke gebed te doen. Terwijl zij een vloed aan tranen stort, presenteert zij ieder van haar dochters aan de goddelijke Gevangene en Zijn gelukzalige Moeder, daarbij een welslagen afsmekend voor haar overgang naar de eeuwigheid en die van haar dochters. Tijdens deze samenspraak voelde zij diep de heftigheid van de goddelijke liefde en zij verloor haar bewustzijn.

Zij ziet dan voor zich de Koningin van de Hemel, mooi en aantrekkelijk als altijd, met haar heilige Zoon op haar linkerarm en de staf in de rechterhand. Zij was vergezeld van de drie aartsengelen. De H. Michaël droeg een ontelbaar aantal witte tunieken, bezaaid met sterren en verfraaid met gepolijst goud. Elke tuniek was versierd met een prachtig snoer met fijne parels, waaraan een mooi gouden kruis hing, bezet met allerlei soorten kostbare stenen. In het midden van het kruis bevond zich een schitterende ster met de zoete namen van Jezus en Maria erin gegraveerd. De H. Gabriël droeg een kelk met daarin het kostbaar Bloed van de Verlosser, een ciborie gevuld met Hosties en een grote hoeveelheid heerlijk geurende witte lelies. De H. Rafaël droeg een grote, kostbare ampul, doorschijnend  en verfijnd gebeiteld, die een heerlijke balsem bevatte, waarvan de zoete geur de gehele ruimte vervulde, de atmosfeer zuiverde en de ziel een verheven vreugde en een bewonderenswaardige rust deed proeven. Hij droeg ook verscheidene violette stola’s, die glansden, en een pluim om te schrijven van schitterend goud, met de naam van Maria erin gegraveerd.

De drie heilige aartsengelen bleven voor hun Opperste Koningin waarvan de linkerarm de Koning van het Paradijs en de Prins van de Eeuwigheid ondersteunde. De negen koren engelen vormden het hof van hun aanvoerders en op een teken van de H. Michaël begon het eerste engelenkoor te zingen in hemelse harmonie en daarna volgden de koren elkaar op tot en met het negende koor. Aan het einde van deze hemelse symfonie opende de Koningin haar mond en sprak deze woorden: “Mijn welgeliefde dochter en uitverkoren echtgenote van het Lam zonder vlek, verlaat deze aarde, trieste plaats van verbanning van de rechtvaardige en kom onmiddellijk naar je Vaderland zo lang reeds begeerd. De harde winter van je sterfelijk bestaan is voorbij en je eeuwige lente vangt aan, waar de goede werken van je aardse leven als bloemen van een uitzonderlijke schoonheid en met een verfijnd parfum van grote waarde zullen zijn, want zij zullen de prijs zijn van de smartvolle Verlossing. Als de stervelingen zouden begrijpen hoezeer men de tijd moet waarderen die hen is gegeven en elk moment van hun leven benutten, hoe anders zou de wereld dan zijn! En een aanzienlijk aantal zielen zou dan niet eeuwig verloren zijn! Deze minachting is de oorzaak van hun val. Mijn dochter, heb medelijden met de onvoorzichtige zondaars en ween voor hen. Smeek je God en Verlosser hun zielen vele speciale en doeltreffende genaden te sturen, krachtig genoeg om hen uit de duistere afgrond, waarin ze liggen, te trekken. Weet dat de witte tunieken voorbestemd zijn voor ten eerste mijn gelovigen en vurige dochters van alle tijden, die in dit klooster zullen leven: aan enkelen omdat ze de onschuld van hun Doopsel zullen hebben bewaard en aan anderen omdat ze zich zullen hebben gezuiverd door strenge boetedoeningen. (…) Ten tweede zijn de tunieken ook voor wereldlijke en reguliere priesters en de leken van beide geslachten, die Mijn Zoon en mij met een eenvoudig en oprecht hart liefhebben en tevens dit Klooster van onze voorkeur beminnen. Terwijl zij kritiek en minachting miskennen, strijden zij voor het behoud van het Klooster en wijden zich toe aan het verspreiden van mijn devotie onder de aanroeping van het Welslagen, die de steun en het behoud zal zijn van het geloof in deze quasi totale corruptie van de 20e eeuw!

Gabriël draagt de kostbare Kelk met daarin het Bloed van de Verlosser. Dat betekent de genade van de verrijzenis op de dood (door de zonde) en het herstel van de zielen door het Sacrament van Boetvaardigheid, dat de bedienaren van mijn Zoon overvloedig ter beschikking stellen om het leven in de door de satanische jaloezie van de helse draak gedode zielen te herstellen. Bezie en  overweeg de grootheid van dit sacrament, dat herstelt en leven schenkt, zo vergeten en zelfs geminacht door de sterfelijke ondankbaren die zich in hun dwaze illusie niet realiseren dat dit het enige middel tot zaligheid is, wanneer men de onschuld van het Doopsel heeft verloren. (…)

Zoals je ziet, draagt Gabriël ook een ciborie gevuld met Hosties: die stelt het heilig Sacrament van de Eucharistie voor, dat wordt uitgereikt door mijn katholieke priesters die tot de heilige romeinse, katholieke en apostolische Kerk behoren, en waarvan het zichtbaar hoofd de paus is, koning van de Christenheid. De pauselijke onfeilbaarheid zal tot geloofsdogma worden verklaard door dezelfde paus die gekozen is om het dogma van mijn Onbevlekte Ontvangenis af te kondigen. Hij zal vervolgd worden en gevangen gehouden worden in het Vaticaan ten gevolge van de wederrechtelijke inbezitneming van de pauselijke staten door de onbillijkheid, de jaloezie en de hebzucht van een aardse vorst.

Bezie de ciborie om de verhevenheid van dit mysterie te begrijpen en de eerbied waarmee dit behandeld en ontvangen moet worden door de gelovigen. Het zal een tegengif zijn tegen de zonde en een gemakkelijk en krachtig middel voor de zielen om zich met hun God en Verlosser te verenigen, die in de overmaat van Zijn liefde zich verbergt onder de blanke gedaante van de Hostie en blootgesteld is aan de godslasterlijke heiligschennissen van Zijn ondankbare zonen.

Boete doen voor deze heiligschennissen is het werk van beschouwende zielen en op een bijzondere manier van de dochters van mijn Onbevlekte Ontvangenis. Weet dat in de goddelijke geheimen deze verborgen en vrijwillige uitboeting één van de plannen van God was toen Hij de oprichting van deze Orde, die Hem zo dierbaar is, beschikte.

Deze ontelbare lelies, wit, mooi en buitengewoon geurend, die je tege-

lijk met de kelk en de ciborie ziet, die door mijn Aartsengel Gabriël gedragen worden, zijn de goede religieuzen van mijn Orde (en zij zullen talrijk zijn in de kloosters over de gehele wereld). Elk van hen zal een onderscheiden missie hebben en elkeen zal zonder ophouden van de Hemel een vloed van genade ontvangen voor dit doel. Ik beveel mijn dochters aan om te lijden, opdat de zeven sacramenten met volmaaktheid zouden worden ontvangen door de gelovigen, vooral het derde, het vierde en het zesde sacrament (resp. de Heilige Eucharistie, de Biecht en het Priesterschap).

De grote ampul, doorzichtig en kostbaar, gedragen door mijn Aartsengel Rafaël bevat een buitengewone balsem met de zoetste geur, die zich verspreidt in de lucht, de atmosfeer zuivert en aan de ziel het opperste geluk en een bewonderenswaardige kalmte overbrengt. Zij stelt de kloosters voor. Dit zijn de uitverkoren plekken waar men de dagelijkse beoefening van degelijke deugden ziet, zoals het naleven van de Regel en strenge boetedoeningen door zijn bewoners.

De zuiverheid en de kuisheid die daar bestaan, zijn de voortreffelijke geur die de gelukkige landen, die dergelijke kloosters bezitten, parfumeren. Ze zuiveren de lucht die vervuild is door diegenen in de wereld, die zich overgeven aan de meest schandelijke ondeugden en passies. Tegelijkertijd brengen zij aan de zielen een onuitsprekelijke vreugde en een bewonderingswaardige vrede over, die de zondaars ertoe brengt in zichzelf te keren en naar God terug te keren. Dat geschiedt door de gebeden die onophoudelijk, dag en nacht, in deze huizen naar het Paradijs worden opgezonden. Zoals Mozes met de armen ten hemel opgeheven stond, zo smeken deze religieuze zielen en doen boete, opdat de zondaars zich bekeren en hun land bevrijd zou worden van de stromen van ondeugden en passies die de verschrikkelijke kastijdingen van de goddelijke Rechtvaardigheid over hen afroepen.

Wee de wereld als het aan kloosters zou ontbreken! De stervelingen begrijpen hun belang niet, want, als ze dat wel zouden doen, zouden ze hun rijkdommen gebruiken om ze te vermenigvuldigen, omdat ze een geneesmiddel zijn voor alle lichamelijke zowel als geestelijke kwalen. De Heilge Drie-eenheid en ik, Moeder en toonbeeld van de religieuze personen, houden met een grote tederheid van deze huizen. Ik ben het kanaal van de kostbare genaden die niet aan de mensen in de wereld worden geschonken. Want in elk van deze huizen word ik waarachtig en teder bemind; hun leden nemen hun toevlucht tot mij met dat vertrouwen en die liefde waarmee men zijn toevlucht neemt tot een tedere en toegenegen moeder. Onder verschillende aanroepingen vereren zij mij op alle plaatsen. De aartsengelen verzamelen hun gebeden, tranen, boetedoeningen, verzuchtingen en offers en bieden die mij aan. Vervolgens bied ik ze aan voor de Troon van God voor het heil van de wereld.

Niemand op aarde realiseert zich waar het heil van de zielen vandaan komt, de bekering van grote zondaars, de ommekeer van grote plagen, de opbrengst en de vruchtbaarheid van het land, het einde van de pestuitbraken en oorlogen en de harmonie tussen de naties. Dat alles is te danken aan de gebeden die opstijgen uit de kloosters.

De ontelbare stola’s in violet, gedragen door de Aartsengel Rafaël, die prachtig blinken en de plaats waar het Altaar is, verlichten, staan symbool voor de doeltreffende daden en ijver van de goede priesters die, zich geheel opofferend, zichzelf vergeten om Jezus Christus en mij te doen kennen en beminnen. Trouw aan de opdracht die hen is gegeven, werken ze onvermoeibaar in de wijngaard van de Heer om deze te doen groeien en bloeien en om zielen te redden die door het Bloed van de Verlosser zijn vrijgekocht. Dat zijn de goede en getrouwe dienaren die in de vreugde van hun Heer zullen binnentreden.

De goud gepolijste en blinkende pluim, gemerkt met mijn naam, is voor zowel de wereldlijke als religieuze priesters die over mijn glorie en mijn smarten schrijven. Hij is ook voor degenen die door hun geschriften mijn devotie van dit klooster verspreiden, die van het Welslagen, alsook van jouw leven, die van deze zoete en troostvolle aanroeping onafscheidelijk is.

In de 20e eeuw zal deze devotie wonderen bewerkstelligen zowel op geestelijk als tijdelijk gebied, want het is de wil van God deze aanroeping en de kennis van jouw leven te bewaren voor die eeuw, wanneer het bederf van de zeden bijna algeheel zal zijn en het kostbare licht van het geloof vrijwel gedoofd.

Nu, mijn welbeminde dochter, verwezenlijk je de betekenis van de zaken die je in de handen van mijn heilige aartsengelen hebt gezien: Michaël ‘Quis ut Deus’ (Wie is als God?), Gabriël ‘Fortitudo Dei’ (de Kracht van God) en Rafaël ‘Medicina Dei’ (het Geneesmiddel van God). Elke aartsengel vervult een missie door de mensdom in verval bij te staan. Zelfs als de rest van het menselijk geslacht nalatig is deze heilige prinsen aan te roepen en te vereren, dan wens ik dat jij en je huidige dochters, evenals degenen die nog zullen komen, dit doen om genaden en gunsten te bekomen, zowel materiële als geestelijke, voor jullie zelf en voor dit Klooster. Ik zal er ook op toezien dat ze altijd mijn beeld verzorgen van dit geliefde Klooster, zo begunstigd door de goedheid van God.

De dood van Moeder Mariana

In haar testament richt Moeder Mariana zich tot Jezus, Hem zeggend:
“Mijn Geliefde, open mij de deuren van Uw Rijk, zoals U me op een dag de gezegende poorten van het Klooster van mijn Onbevlekte Moeder hebt geopend, waar ik me heb geheiligd en waar ik Uw heilige Wil heb volbracht enkel onder Uw blik. Zie mij hier, uitgeput door de harde verbanning van het sterfelijk leven, toen ik in stilte en voor Uw liefde alle ontzeggingen en smarten leed die U me stuurde; de weg is lang geweest, maar ik ben eindelijk aan het einde gekomen. Open Uw armen en sta me toe te rusten van mijn vermoeienissen en mijn vermoeide hoofd te neer te leggen op Uw goddelijk Hart van hevig vuur. (…) Nu kom ik ongeduldig bezit nemen van de gezegende eeuwigheid die U me hebt beloofd, waar ik zal leven onder de mantel van mijn Onbevlekte Moeder in gezelschap van mijn Vader Franciscus van Assisië”.

In haar geestelijk testament zegt Moeder Mariana tegen haar dochters, sprekend over de verbintenis van haar orde met de Franciscanen: “Degene die beweert het zonder Franciscus (van Assisië) en Béatrice (de oprichtster van de orde) te kunnen stellen, behoort niet tot de werkelijk waarachtige Franciscaanse Orde van de Onbevlekte Ontvangenis. En dat is waarom noch onze heilige Vader Franciscus, noch de heilige Béatrice hen zal erkennen als hun dochters. Laatstgenoemde zal tot de eer van de altaren worden verheven in de 20e eeuw”. En zo geschiedde het: Béatrice de Silva werd heiligverklaard op 3 oktober 1976 onder het pontificaat van Paulus VI, vijfhonderd jaar na haar dood. 

Maar de eerste bezorgdheid van Moeder Mariana was de bekering van de zondaars. Zij geeft als middel de navolging van Christus in Zijn zachtmoedigheid en nederigheid van hart en de vereniging met Hem op het Kruis, om Hem altijd bereid te vinden de gebeden aan te nemen voor de zielen die goddelijke hulp nodig hebben.

Wat betreft de boodschap van Onze Vrouw van Welslagen over de redenen voor het doven van de lamp in het heiligdom: die vond Moeder Mariana zo belangrijk voor deze arme wereld, dat haar laatste gedachten waren om de devotie tot de Heilige Maagd en de ontvangen boodschappen te verspreiden. Zij schreef daadwerkelijk in haar testament: “Toen de goddelijke Meester aan het schandelijke kruishout hing, toen Zijn leven langzaam uitdoofde onder bijna oneindige pijn en kwelling, was het testament dat Hij gaf om de mensheid vrij te kopen, dat Hij ons Zijn Moeder liet als onze Moeder. Hij richtte zich daadwerkelijk tot Zijn maagdelijke Moeder, zeggend: “Vrouw, ziedaar uw zoon!”, zijnde Zijn welgeliefde leerling. En zich tot hem richtend, zei Hij: “Ziedaar uw Moeder!” Ziedaar uw hemelse Moeder, de zeer heilige Maria van het Welslagen. Zij zal altijd zorgen voor uw welslagen!”

“Heb altijd een grote liefde voor de gelukzalige Maagd, volg haar na in haar deugden, vooral haar diepe nederigheid, haar vurige liefde voor God en de arme zondaars, haar eenvoud en haar onschuld vol vertrouwen. Dat er toch geen sluwheid of hypocrisie in uw zielen zij. Bewaar en verspreid de devotie onder de aanroeping van Onze Vrouw van Welslagen, want hierdoor verkrijgt u alles wat u aan Jezus en Maria vraagt. … U moet deze ware schat devoot bewaren en haar doen kennen en beminnen door zo veel mogelijk zielen. Verzeker hen dat zij door deze devotie altijd een goed welslagen in de tijd en de eeuwigheid zullen verkrijgen … .”

“Neem altijd uw toevlucht tot haar in al uw geestelijke en tijdelijke noden. Als uw ziel lijdt door bekoringen, en ondergedompeld is in smarten, en als door goddelijke toestemming de ster van uw roeping verborgen is voor het zicht van uw ziel, richt u zich dan met vertrouwen tot haar met deze woorden: Sterre van de stormachtige zee van mijn sterfelijk leven, moge uw licht mij zodanig verlichten, dat ik niet kan afdwalen van de weg die me naar de Hemel brengt!”

Na het overlijden van Moeder Mariana

In 1885 werd het lichaam van Moeder Mariana opgegraven, 271 jaar na haar dood. Haar lichaam werd compleet en intact aangetroffen. Zij droeg een wit habijt met een zwarte sluier. Haar gezicht had zijn natuurlijke kleur bewaard met een roze nuance op de wangen en de lippen. Tussen de lippen door, die enigszins geopend waren, kon men haar tong zien. De ogen waren gesloten maar bewaard voor bederf, evenals de wimpers. De oren waren flexibel, haar haren rossig en het gehele lichaam ademde een geur van lelies uit. De lichamen van de andere Moeders stichteressen werden ook geheel intact gevonden en worden nu bewaard in een kristallen schrijn in het nieuwe graf van het Klooster van de Onbevlekte Ontvangenis in Quito.

Het wonder van 1941[1]

Het beeld heeft het Klooster door de eeuwen heen beschermd en vele genaden verkregen voor Ecuador en zijn inwoners. Zoals Maria zei in een verschijning is deze devotie de bliksemafleider tussen de goddelijke Gerechtigheid en de wereld die aan zijn plichten verzaakt, om de enorme kastijding die zij verdient tegen te houden. Opdat haar wonderlijk beeld bekend zou worden in andere landen, verwezenlijkte de Heilige Maagd de meest buitengewone gebeurtenis in de 20e eeuw op het grondgebied van Ecuador.

In 1941 was Peru Ecuador binnengevallen. Geconfronteerd met deze noodtoestand, gebood de aartsbisschop van Quito drie dagen gebed ter ere van de Heilige Maagd onder haar diverse aanroepingen in de verschillende kerken van Quito, met het doel om de beëindiging van de vijandelijkheden af te smeken. Op 24 juli vingen de gebeden aan, ook in de kerk van de Onbevlekte Ontvangenis ter ere van Onze Vrouw van het Welslagen. Drie dagen later, van 7 uur ’s ochtends op zondag 27 juli tot 3 uur ’s ochtends op maandag 28 juli, dus gedurende 20 uren, bewoog het beeld van Onze Vrouw van het Welslagen de ogen. Het gezicht wisselde van kleur, variërend van roodachtig tot marmerachtig. Een soort mist bedekte het beeld. Toen deze optrok, omhulde een bovennatuurlijk schittering het beeld. Tijdens het wonder sloeg het beeld de ogen, die normaal naar beneden kijken, op ten Hemel met een smekende blik, vervolgens sloeg het de ogen weer neder op de gelovigen en zo herhaalde zich dit.

Het nieuws verspreidde zich en duizenden gelovigen overspoelden de kerk om het wonder gade te slaan. Het moederlijke knipperen met de ogen van het gewijde beeld werd door meer dan 30.000 personen waargenomen. De avond van dezelfde dag kondigden de kranten het einde van de vijandigheden met Peru aan. Het nieuws van de wonderlijke gebeurtenis met het beeld haalde de voorpagina’s van diverse grote landelijke kranten.

Op 8 augustus 1986, na de uitgebreide documentatie over het leven van Moeder Mariana te hebben onderzocht, heeft de aartsbisschop van Quito, Monseigneur Antonio Gonzalez, een bisschoppelijk decreet uitgevaardigd om aan te vangen met het proces van zaligverklaring van Moeder Mariana, in welk decreet men bevestigde dat Moeder Mariana alle deugden tot in een heldhaftige graad beoefende en dat ze zich onderscheidde door haar devotie tot de Passie van Christus, tot de Heilige Eucharistie en tot de Moeder Gods. Men erkende bovendien haar bovennatuurlijke gaven en charisma tijdens haar leven. De aartsbisschop benoemde Mgr. Luis E. Cadena y Almeida, doctor in de theologie, tot aanvrager van het proces en vertrouwde hem de taak toe een kerkelijk tribunaal samen te stellen om te beginnen met de eerste fase van het proces.

Deze bisschop heeft een imposant arsenaal aan documentatie samengesteld van getuigenissen en werken, waarvan er veel met kerkelijke goedkeuring zijn gepubliceerd. Werken die de heiligheid van leven aantonen van Moeder Mariana de Jesus Torres y Berriochoa en de waarachtigheid van profetische openbaringen die zij heeft ontvangen – waarvan vele al bewaarheid zijn – gedurende de 40 bezoeken die Onze Lieve Vrouw van het Welslagen haar bracht.

Deze devotie is kerkelijk goedgekeurd. Gedurende meer dan vier eeuwen, sinds februari 1611, toen de achtste bisschop van Quito Salvador de Ribera het wonderdadige beeld zegende en haar installeerde in de zetel van de abdis, is deze devotie goedgekeurd door alle bisschoppen van Quito. De devotie tot Onze Lieve Vrouw van Welslagen is ononderbroken gebleven de afgelopen eeuwen. Daarom is dan ook door de Heilige Stoel toestemming verleend om op 2 februari 1991 het beeld van Onze Vrouw van het Welslagen kerkelijk te kronen.

Laten we bidden voor de spoedige zalig- en heiligverklaring van Moeder Mariana, zodat de devotie tot Onze Lieve Vrouw van Welslagen steeds meer uitbreiding vindt tot meerdere eer en glorie van God en tot heil van de zielen en opdat de Heilige Kerk in Moeder Mariana een machtige bemiddelaarster en voorspreekster mag bezitten in haar strijd tegen de machten van de duisternis.


[1] Het gedeelte over het wonder is een vertaling van een stuk uit het boekje ‘Brève Histoire de Notre Dame du Bon Succès et Neuvaine’ door Paul M. Kimball ISBN 978-1-7327175-0-3